nod   nod

Tekst. Video/mp3. Informatie. Zie de links.
13px 14px 15px 16px 17px 18px  

 Drie-eenheid, wat is er mis mee?

Inleiding.
Uit de diverse reacties die ik al heb ontvangen naar aanleiding van het onderwerp drie-eenheid (en de andere onderwerpen op deze site) is mij gebleken dat de bijbelkennis van de gemiddelde christen ver beneden peil is. Met als gevolg dat men meer dan eens geneigd is om gewillig na te pruimen wat anderen al hebben voorgekauwd, ook als de bijbel iets heel anders leert. Zodat ik naast de positieve reacties die ik al op dit onderwerp mocht ontvangen ook knallende kritiek over me heen kreeg, waarbij de toon van het verhaal zich ergens bevond tussen een ordinaire scheldpartij en vroom gezwets.
En zo kan het gebeuren dat men bij het in de strijd werpen van de “bewijsteksten” voor een drie-eenheid voorbijgaat aan het conflict tussen deze leer en het evangelie van Jezus Christus zoals ons dat in het Nieuwe Testament wordt verklaard. Ook Jezus' eigen uitspraken worden genegeerd. Dat was te verwachten. De werkelijke boodschap van het evangelie is binnen het “christendom” massaal vervangen door leringen van boze geesten en in dit klimaat heeft ook het van oorsprong heidense drie-eenheid mysterie zich kunnen handhaven. Voor de duidelijkheid: het geloven in een drie-eenheid heeft niets te maken met het wel of niet behouden zijn. Anders gezegd: het feit dat iemand in de drie-eenheid gelooft betekent niet dat zijn behoudenis daardoor op het spel staat maar wel dat er een hindernis is opgeworpen die de mens ervan kan weerhouden om de waarheid van het evangelie, zoals Jezus dit bracht, te gaan zien. De behoudenis is daarom ook beslist niet het onderwerp van deze pagina.

Het werkelijke doel van het drie-eenheiddogma, zoals dat het christendom is binnengesmokkeld, is de aandacht af te leiden van die ene Naam door wie wij behouden kunnen worden: Jezus Christus. Door die Naam te vervangen door een “goddelijke drie-eenheid” die aanbeden behoort te worden (volgens een uitspraak van paus Johannes Paulus II) is het hart uit evangelie van Jezus weggesneden. Er zijn in de loop der eeuwen nog veel meer struikelblokken op de weg van Gods volk gegooid die het christendom tot op de dag van vandaag kreupel en krachteloos maken. Zoals de eeuwenlang aanvaarde leringen die zowel in het rooms katholieke als in het protestantse kamp hun duizenden hebben verslagen en aan de ketting hebben gelegd. Het huidige christendom staat dan ook bol van de “heilige” huisjes en deze huisjes belemmeren de toegang tot het werkelijke evangelie van Jezus Christus. Het is daarom mijn hoop dat de ogen van de lezer daarvoor mogen opengaan. Er is al veel te lang afgeweken van het evangelie dat Jezus aan Zijn discipelen leerde.

Tijdens de reformatie werd het van oorsprong heidense dogma van de drie-eenheid als een computervirus geruisloos mee gekopieerd zodat ook in de protestantse kerken tot en met de pinkstergemeenten en de evangelische gemeenten tot op de dag van vandaag deze misleiding wordt geloofd. Die reformatie kwam namelijk op gang nadat Maarten Luther bepaalde elementen van de roomse leer (terecht) in twijfel trok. Het dogma van de drie-eenheid zat daar echter niet tussen zodat tijdens de daaropvolgende reformatie dit dogma aan de aandacht kon ontsnappen.
 

Het ontstaan van het drie-eenheiddogma.

In het bijbelboek Openbaring wordt veel aandacht besteed aan de grote stad Babylon, de grote hoer. Dit is de benaming voor de valse kerk die in de eindtijd tegenover de ware gemeente van Jezus Christus staat. De geestelijke oorsprong van dit Babylon ligt in het oude Babylon dat ooit door de achterkleinzoon van Noach werd gesticht, namelijk ene Nimrod. Met de oorsprong van het hedendaagse Babylon doel ik op de opkomst van het occultisme en de tovenarij tijdens de periode vlak na de zondvloed in het door Nimrod gestichte Babylon. Deze ontwikkeling liep uit op de torenbouw van Babel maar door Gods ingrijpen door middel van de Babylonische spraakverwarring werden de occultisten van Babel verstrooid over de hele aarde, zoals we kunnen lezen in Genesis 11:8: “Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad”. Het occultisme van het oude Babylon verspreidde zich sindsdien over de hele aarde en is ook terug te vinden in het Babylon van nu, de valse kerk, waarover we lezen in het bijbelboek Openbaring. Dit occultisme is zo vervlochten met de leer van het hedendaagse Babylon dat tot in alle hoeken en gaten ervan de geestelijke erfenis van het oude Babylon aanwezig is. Een onderdeel van die erfenis is de leer van de drie-eenheid.

Van de stichter van het oude Babylon, Nimrod, wordt in Genesis 10:8 gezegd: “Deze was de eerste machthebber op de aarde”. Naar het schijnt was hij getrouwd met zijn moeder, genaamd Semiramis. Deze vrouw was een tovenares die na de dood van Nimrod een zoon kreeg. Deze kreeg de naam Tammuz. Ze kreeg het voor elkaar om het goedgelovige volk te doen geloven dat deze uit hoererij geboren zoon Nimrod's zoon was. Volgens haar zeggen was Nimrod als geest teruggekeerd en had hij bij haar nieuw leven verwekt. Merk de treffende gelijkenis op met het geboorteverhaal van Jezus. Ze kreeg het ook voor elkaar dat Nimrod als zodanig als een god werd vereerd die voortleefde in zijn “zoon” terwijl zij zelf als godin vereerd wilde worden. In het bijbelboek Jeremia wordt melding gemaakt van het feit dat het volk Israël zich bezighoudt met de verering van deze “hemelkoningin”. Dat vinden we terug in bijvoorbeeld Jer. 44:16-19 waar staat: “Wat het woord betreft, dat gij (Jeremia) tot ons in de naam des Heren gesproken hebt, wij zullen niet naar u luisteren; maar wij zullen voorzeker doen alles wat wij uitgesproken hebben, en offers ontsteken voor de koningin des hemels en haar plengoffers brengen, zoals wij gedaan hebben, wij en onze vaderen, onze koningen en onze vorsten, in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem”. Deze afvallige Joden bleven hardnekkig al de waarschuwingen negeren die al door diverse profeten waren geuit. Dezelfde hardnekkigheid is er de oorzaak van dat ook nu nog het evangelie van Jezus massaal wordt genegeerd.

In deze vorm zag de eerste drie-eenheid het levenslicht, namelijk in het trio: Nimrod-Semiramis-Tammuz. Het is opvallend dat het volk Israël, zo blijkt uit het voorgaande tekstgedeelte, zich hoofdzakelijk bezighield met de verering van het vrouwelijke deel van deze drie-eenheid, dus met deze hemelkoningin Semiramis, die bovendien in de loop der geschiedenis onder verscheidene namen telkens weer is terug te vinden in een stortvloed aan heidense religies. Dat ondervond ook de apostel Paulus in Handelingen 19. Paulus probeerde daar het evangelie over te brengen op de Efeziërs maar die wensten geen concurrentie voor hun godin, zoals blijkt uit vers 33 en 34: “En uit de schare gaf men inlichtingen aan Alexander, die de Joden naar voren geschoven hadden, en Alexander wenkte met de hand en wilde een verdedigingsrede houden voor het volk. Maar toen zij bemerkten, dat hij een Jood was, ging er een geroep van allen op, wel twee uren lang: Groot is de Artemis der Efeziërs!” Ook heden wordt in de rooms katholieke kerk deze hemelkoningin nog aanbeden, al gebeurt dat nu wel onder de naam Maria.

In het verdere verloop van de geschiedenis kreeg deze heidense drie-eenheid andere namen. In Egypte komen we het drietal weer tegen in de vorm van Osiris-Isis-Horus. In de Egyptische mythologie is Osiris de held die overleed, Isis zijn vrouw en Horus het kind dat na Osiris' dood werd geboren. Ook hier vinden wij weer, wat betreft de “maagdelijke” geboorte, een overeenkomst met het geboorteverhaal van Jezus. Hoe kon de satan deze mythe ver voor Jezus' komst laten ontstaan? Dat werd de satan al duidelijk gemaakt kort na de zondeval!!

 

Hoe sloop dit dogma het christendom binnen?

De roomse leer en het Concilie van Nicea.

De geschiedenis leert ons dat Egypte rond het begin van onze jaartelling was ingelijfd in het Romeinse rijk. Uit de gegevens die bekend zijn over de cultuur en de religies van de Romeinen in de eerste vier eeuwen van onze jaartelling weten we dat in dit Romeinse rijk een aantal religies wedijverden om de gunst van het volk. Dit waren o.a. het christendom en de uit Egypte geïmporteerde Osiris-Isis-Horus mythe. Door keizer Caligula werd in het jaar 38 in Rome een Isis-tempel geopend. Daarmee werd de verering van de Egyptische godin Isis in het Romeinse rijk een feit. Toen in de vierde eeuw keizer Constantijn zich tot het christendom “bekeerde” maakte hij het christendom tot staatsgodsdienst waardoor de andere religies van het toneel werden verdrongen. Tenminste, zo leek het. In werkelijkheid werden er diverse elementen uit deze heidense religies, die in die tijd het Romeinse leven beheersten, geruisloos overgenomen door het opkomende rooms Katholicisme en ingelijfd in de roomse leer.

Tijdens het Concilie van Nicea in het jaar 325 werd de basis gelegd voor de drie-eenheid zoals deze in het christendom gestalte zou krijgen. Dit Concilie van Nicea werd bijeengeroepen door de al genoemde keizer Constantijn die zich, naar men beweert, tot het “christendom” zou hebben bekeerd terwijl hij (zoals wordt aangenomen) tot zijn dood gelijktijdig (hoge)priester van een heidense religie bleef. Zijn bedoeling was om kerk en staat tot een eenheid te maken om op die manier de kerk als een instrument te kunnen gebruiken voor het bereiken van de eenheid binnen het Romeinse keizerrijk. Om zodoende zijn eigen macht als keizer zeker te kunnen stellen. Tijdens dit Concilie werd de twee-eenheid vastgelegd en werd eveneens de Jodenhaat aangewakkerd. In zo'n klimaat worden maar al te gauw besluiten genomen die voor God een gruwel zijn. Door dit feit alleen al wordt de religieuze waarde van een dergelijke bijeenkomst zeer twijfelachtig!! Op het Concilie van Constantinopel in het jaar 381 werd deze twee-eenheid uitgebreid naar de drie-eenheid doordat de Heilige Geest er aan werd toegevoegd. En zo werd het trio Vader-Zoon-Heilige Geest compleet. Een trio dat naast het al genoemde trio Nimrod-Semiramis-Tammuz zijn plaats had gekregen in de roomse leer, terwijl dit laatste trio nu bekend is onder de namen Heilige Geest-Maria-Jezus. Er is dus geen sprake van één maar van twee drie-eenheden.

Zo rond de tijd van keizer Constantijn had het christendom de andere religies in het Romeinse rijk verdrongen, of misschien beter gezegd: ingelijfd. Op dit punt aangekomen moeten we vaststellen dat er fanatiek werd gerommeld en gesleuteld aan het evangelie van Jezus, dat daardoor uiteindelijk absoluut niet meer overeen kwam met het evangelie dat Jezus ooit aan Zijn discipelen leerde. De aangepaste religie die ervoor in de plaats kwam werd in elkaar geschroefd door mensen die zich voornamelijk druk maakten om hun eigen machtspositie en dat terwijl Jezus toch aan Zijn discipelen duidelijk maakte dat wie onder hen de eerste wilde zijn, bereid moest zijn om te dienen. Dat vinden we in Matth. 20:25-27: “Doch Jezus riep hen tot Zich en zeide: Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn”. Dat laatste kan van ene keizer Constantijn beslist niet gezegd worden. Men zou zich daarom terecht kunnen buigen over de vraag of:

Dit laatste is namelijk het geval, met alle rampzalige gevolgen van dien. In feite hebben we dus te maken met de romeins katholieke kerk! De realiteit is echter dat deze romeins katholieke leer voor honderd procent heidendom is, dat een “christelijk” masker heeft gekregen. Het is een mix van het evangelie en heidense elementen en deze elementen worden in de bijbel aangeduid als leringen van boze geesten. Dit werd overigens nog eens bevestigd toen ik eens zat te kijken naar een documentaire over het Vaticaan, met de titel: “Kijk het Vaticaan”. De roomse presentator zei namelijk letterlijk: “De Romeinen hebben het christelijk geloof zo'n 2000 jaar geleden in hun hart gesloten en doorspekt met hun eigen tradities en folklore”. Deze misleide man zal zeer waarschijnlijk de strekking van zijn eigen woorden niet beseft hebben maar hiermee ontmaskerde hij wel degelijk de roomse leer als een vals, heidens en corrupt “evangelie”!!
 

Kabbalah en New Age.

Er is nog meer aan de hand. Het was te verwachten. Zoals we in de bijbel kunnen lezen had het volk Israël het tot een hardnekkige gewoonte gemaakt om af te wijken van de God die hen uit het land Egypte had geleid. In Deuteronomium 31:29 lezen we: “De Here zeide tot Mozes: Zie, gij gaat bij uw vaderen te ruste en dit volk zal overspelig de vreemde goden gaan nalopen van het land, waarin het komt; zij zullen Mij verlaten en mijn verbond verbreken, dat Ik met hen gesloten heb”. Dit kreeg Mozes aan het eind van zijn leven van God te horen na al die (veertig) jaren waarin hij dat tegenstribbelende volk door de woestijn had meegezeuld.
De verdere geschiedenis leert ons dat deze voorspelling maar al te waar is gebleken want in Marcus 7:9 zegt Jezus tegen de religieuze leiders van het volk Israël: “Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om úw overlevering in stand te houden!” En ook in Lucas 11:46 was het weer eens raak: “want gij legt de mensen ondraaglijke lasten op en zelf raakt gij die lasten niet met één uwer vingers aan”.
Wat die overlevering betreft: tot op de dag van vandaag is een daarvan de Kabbalah. Deze kan het best omschreven worden als een mysterieleer waarin allerlei vergezochte theorieën over het ontstaan van het universum worden geleerd met daarbij nog een hele vracht aan vergezochte en religieus getinte dogma's en ander ijdel, religieus getoeter.
In de bijbel lezen wij dat ook Paulus en de andere apostelen er al geregeld mee te maken kregen. Aan Timótheüs schreef Paulus daarom: “O Timótheüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis. Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt”. (1 Tim. 6:20-21). De beruchte gnostiek plus enkele uit het woestijnzand opgegraven briefjes horen daar overigens eveneens bij. Zoals bijvoorbeeld de “brief van Judas” die elders op deze site wordt doorgelicht.
Voor de volledigheid volgen hier nog enkele van deze waarschuwingen zoals we die in de brieven van de apostelen kunnen lezen:

Het ligt voor de hand dat Jezus Christus als enige Middelaar tussen de Vader en ons zondaren in het geheel niet aan bod komt in de occulte leer van de Kabbalah of de gnostiek die, naar het schijnt, hun eigenlijke oorsprong hebben in Egypte. De Kabbalah is een bron van inspiratie geweest voor allerlei occulte en met geheimzinnigheid omgeven orden zoals de Rozenkruisers, het Theosofische Genootschap, de Antroposofie, de Tempeliers, de Vrijmetselarij, de Illuminatie en het hele zooitje.
Wat al dit soort griezels beweren kunnen we samenvatten onder de naam New Age. “Wat is er dan zo nieuw aan die 'New' Age?” vraagt een redelijk denkend mens zich terecht af. Nou, eigenlijk niets dus. Het is dezelfde slang met slechts een nieuw huidje.

 

De overeenkomst.

Als we ons verdiepen in de Kabbalah en de New Age dan vinden we daarin onder andere driehoeksverhoudingen, trinities, drie-eenheden, triades én: tirades van hen die al deze bagger te vuur en te zwaard denken te moeten verdedigen. Beperken we ons nu tot de Kabbalah dan komen we daarin de volgende opvallende gelijkenis tegen met de “traditionele” drie-eenheid zoals die door het christendom wordt vereerd.
Opmerking vooraf: er is over de leer van de Kabbalah veel te zeggen en te schrijven, met name over de ingewikkelde constructies die de Joden hebben bedacht om hun gedachtespinsels een gezicht te kunnen geven, daar waren ze trouwens in Jezus' dagen al goed in getuige Jezus' waarschuwingen aan hun adres, maar daar ga ik hier niet verder op in en ik beperk deze uiteenzetting daarom tot de kern van het onderwerp. De Kabbalah is dus niet het onderwerp van deze pagina!

Er is in de Kabbalah sprake van een schepper-God uit wie het heelal is voortgekomen, Kether genaamd, die overeenkomsten vertoont met God de Vader, zoals we die uit de bijbel kennen. Vervolgens zitten wij volgens de Kabbalisten nog met een wereldvader en een wereldmoeder opgescheept. De laatste heeft een positie die overeenkomt met die van de Heilige Geest en deze wereldmoeder is, zoals de naam al doet vermoeden, vrouwelijk volgens de Kabbalah.
Dan komen we bij de al genoemde wereldvader. Het is frappant dat de Vrijmetselarij, die veel (occulte) overeenkomsten met de Kabbalah vertoont, daarnaast veel waarde hecht aan Johannes 1:1-5 waar het Woord, Jezus Christus, naar voren komt als de bron van ons bestaan, getuige vers 3: “Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is”.
Daar moet echter wel bij vermeld worden dat het volgens de Vrijmetselarij in dit bijbelgedeelte beslist niet gaat over de persoon Jezus Christus. Er wordt door de Vrijmetselaars wel geloofd in een “christusgeest” maar deze geest is in hun visie niet dezelfde als Jezus van Nazareth, de Jezus van de bijbel. Keren we nu weer terug naar de (net zo occulte) Kabbalah dan blijkt dat deze zelfde “christusgeest” ook past in het beeld van de wereldvader zoals dat door de Kabbalah wordt neergezet. En dat niet alleen: deze “Zoon-geest van Christus” is volgens de Kabbalisten in het Nieuwe Testament de vervanging van de “Vadergeest van Jahweh”, uit het Oude Testament. Let wel: hier bedoelen de Kabbalisten dus ook niet Jezus van Nazareth mee maar een “goddelijke geest” die drie jaar in Jezus van Nazareth gewoond zou hebben en die Hem bij Zijn sterven weer verliet.

Voor een goed overzicht is het voorgaande in de onderstaande afbeelding aanschouwelijk gemaakt. In dit niet al te ingewikkelde schema is de gelijkenis tussen de “christelijke” drie-eenheid Vader-Zoon-Heilige Geest en de hierboven behandelde drie-eenheid van de Kabbalah treffend, zoniet overduidelijk.

 
Beweeg de muisaanwijzer over de onderstaande driehoek voor het zichtbaar maken van de drie-eenheid die onder andere door de Vrijmetselarij wordt vereerd en let op de overeenkomsten met de drie-eenheid van de Kabbalah.
De occulte driehoek.

We kunnen gerust stellen dat in het occultisme driehoeksverhoudingen, triades, trinities en drie-eenheden een belangrijke plaats innemen. Dit in tegenstelling tot het evangelie van Jezus Christus waarin grote nadruk wordt gelegd op de twee-eenheid, zoals we dit ook terug vinden in het huwelijk; wat een beeld is van het huwelijk tussen Jezus Christus en Zijn gemeente en dát is nou precies waar het hele evangelie om draait, zoals we lezen in Efeze 5:32: “Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente”. En wij weten allemaal dat, wanneer er in een huwelijk een derde partner bij komt er sprake is van overspel. Daar is deze, door de duivel beheerste, wereld vol van.

Het voorgaande laat ons zien dat het verzet tegen de Messias tot op de dag van heden nog is terug te vinden in hetzelfde volk dat onze Messias heeft voortgebracht maar waaruit ook een (doorontwikkelde) occulte leer als de Kabbalah ontstond. Deze Kabbalah is een absoluut Jezus Christus-vijandige leer die voor diverse anti-christelijke en mysterieuze sekten en orden een inspiratiebron is geweest. Daarom gaf Paulus in Efeze 5:11 de dringende raad: “En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer”.
En vandaar deze hele uiteenzetting over een verchristelijkte drie-eenheid.

 

En... hoe zit dat nou met die Heilige Geest?

Wat als gevolg van het dogma van de drie-eenheid eeuwenlang voor lief is aangenomen door de “christenheid” is uit de bijbel niet op te maken, en daarmee bedoel ik de algemeen aanvaarde overtuiging dat de Heilige Geest naast God de Vader en God de Zoon een derde God is die wij zouden moeten aanbidden. In Joh. 14:26 lezen we iets waaruit schijnbaar een aanwijzing voor die derde God gehaald zou kunnen worden: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb”. Het lijkt alsof Jezus hier over een derde persoon binnen de godheid spreekt maar in Joël 2:28 spreekt Jahweh echter: “Ik zal Mijn Geest uitstorten op al wat leeft,” en met deze Heilige Geest bedoelt Hij Zijn eigen Geest en spreekt Hij over Zichzelf en niet over een andere persoon.
De enige andere die naast God de Vader wel in de bijbel met naam en toenaam wordt genoemd is de God die als de mens Jezus Christus in de wereld kwam: de eniggeboren Zoon van God, die Zich in het Oude Testament aan het volk Israël openbaarde als Jahweh. In feite spreekt Jezus in Joh. 14:26 dus ook over Zichzelf in Zijn rol als Trooster.

In Joh. 14:18-19 komt dat heel sterk naar voren als Hij zegt: “Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven”. De discipelen werden niet als wezen achtergelaten want niet lang na Jezus' terugkeer naar de Vader ontvingen zij die andere Trooster die Jezus hun in vers 16 en 17 had beloofd: “En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”. Terwijl Jezus die komende Trooster (de Heilige Geest) aankondigt doet Hij dit met de woorden: “Ik kom tot u”. Hij laat er dus geen twijfel over bestaan dat Hij er zelf direct bij betrokken is. Dus ook Jezus is die beloofde Trooster.

Dat blijkt nog eens uit Joh. 14:23 waar Hij zegt: “Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen”. Zo lezen we ook hier dat Jezus tot ons komt als de Heilige Geest, wat betekent dat God de Vader en Zijn Zoon als de Heilige Geest in ons leven willen komen. En nog eens verwoordt Jezus Zijn eigen rol als Trooster in vers 21 van Joh. 14 waar Hij zegt: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf(!) aan hem openbaren”. Deze nauwe samenwerking tussen de Vader en de Zoon komt ook even ter sprake als Jezus tegenover de vijandige Joden belijdt in Johannes 10:30: “Ik en de Vader zijn één”. Waarmee Hij aanduidde dat ze op één lijn zitten, één van zin zijn en één van streven en naar hetzelfde doel toewerken. En waarom? Omdat hun wezen, aard en karakter aan elkaar gelijk zijn.
Ook uit bestudering van de Griekse grondtekst van vers 30 blijkt dat het in de grondtekst gebruikte woord voor één niet betekent dat Jezus en de Vader één persoon zijn. Er wordt echter wel hun eensgezindheid mee aangeduid.

 

De verschijningsvorm.

Uit hetgeen Jezus zelf over de Heilige Geest bekend heeft gemaakt kunnen wij opmaken dat de Heilige Geest een verschijningsvorm is van God de Vader en van de Zoon: het is de Geest van de Vader samen met de Geest van de Zoon. Omdat ik naar aanleiding van het begrip verschijningsvorm van meerdere lezers vragen heb ontvangen waaruit bleek dat dit woord voor verwarring kan zorgen wil ik eerst uitleggen wat ik met dit woord bedoel aan te geven. En wat ik met dit woord probeer te omschrijven is eigenlijk simpelweg: de manier waarop Jezus Zich aan de mens openbaart en contact met de mens onderhoudt, en dus de manier waarop Hij aan de mens verschijnt. Dat deed Hij als de mens Jezus Christus op de ons welbekende wijze: in de vorm van mens tot mens contact. Deze vorm van contact maken heeft echter zijn beperkingen. Hij kon Zich daarom in Zijn verschijningsvorm als mens slechts tot een beperkt aantal discipelen richten. In Zijn verschijningsvorm als Heilige Geest kent Hij deze beperking niet. Daar staat echter tegenover dat Hij als Heilige Geest voor de wereld (de onbekeerde mensen) onzichtbaar is. Voor de discipelen die de Heilige Geest hebben ontvangen is Hij wel zichtbaar, echter niet voor hun natuurlijke ogen maar voor de ogen van hun hart. Dit zichtbaar/onzichtbaar zijn gaf Jezus aan in Joh. 14:18-20: “Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u”. Ook in de laatste zin van deze tekst spreekt Jezus weer over de nauwe samenwerking tussen Hem en de Vader met de woorden: “...dat Ik in mijn Vader ben...”.

 

De mens heeft een geest, ziel en een lichaam. Over de begrippen geest en ziel volgt nu eerst een kleine toelichting. Het lichaam is dat deel van ons dat in deze zichtbare wereld functioneert en waarmee wij voor de medemens zichtbaar zijn. Onze geest en ziel, die samen onze persoonlijkheid vormen functioneren daarentegen in de geestelijke wereld en blijven voor de medemens verborgen. Onze persoonlijkheid, gedachten, meningen en beslissingen worden echter wel zichtbaar gemaakt in onze handel en wandel. En die handel en wandel is voor anderen zichtbaar dankzij ons lichaam. Over de geest en de ziel van de mens heb ik in de loop der jaren al de meest uiteenlopende theorieën gehoord en gelezen. De kennis hierover blijft, zeker voor de onbekeerde en natuurlijk denkende (wetenschaps)mens, moeilijk begaanbaar terrein. Het is dan ook heel moeilijk om een exacte en bewijsbare grens te trekken tussen wat geest en wat ziel is omdat ze beiden een deel van dezelfde persoon zijn. Het is mijzelf zowel uit de praktijk als uit de informatie hierover in de bijbel wel duidelijk geworden dat onze geest contact zoekt met, zich concentreert op en zich bezighoudt met de geestelijke wereld. Terwijl onze ziel vrijwel uitsluitend rekening houdt met wat onze lichamelijke zintuigen ons vertellen en daarom (zwaar) beïnvloed wordt door de natuurlijke omstandigheden, situaties en gebeurtenissen. Een discipel van Jezus behoort tijdens zijn geestelijke groei te leren dat zijn geest altijd de leiding zal moeten behouden, wat betekent dat ons geloof zich in alle omstandigheden blijft richten op de dingen die boven zijn en op de beloften van het Koninkrijk Gods. Zodat uiteindelijk zal gebeuren wat de apostel Johannes al schreef in 1 Johannes 5:4: “want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof”. Dit geloof laat zich namelijk niet intimideren door wat er in de zichtbare wereld op een discipel van Jezus afkomt aan omstandigheden en vervolgingen. Als een mens echter keer op keer, lettend op wat zijn zintuigen hem vertellen, uit zijn evenwicht raakt en door paniek en onzekerheid gekweld Gods woorden vergeet heeft niet zijn geest maar zijn ziel de leiding overgenomen. En die ziel houdt geen rekening met de dingen die boven zijn. Zo iemand staat geestelijk op zijn kop. Ik ben dit verschijnsel vele malen tegengekomen bij (onbekeerde) mensen die het alleen maar vreselijk druk hebben met de dingen van deze wereld, met hun “carrière”, hun bankrekening, hun (dure) auto en al het andere dat de aandacht van een mens alleen maar afhoudt van de dingen die echt belangrijk zijn, en dat is alles dat eeuwigheidswaarde heeft. Zodra de zaken niet lopen zoals ze dat graag willen, gaan ze tegen de vlakte en zijn compleet in beslag genomen door de zorgen van deze wereld met alle bijkomende wrijvingen en irritaties. Deze natuurlijk denkende mensen worden beschreven in 1 Cor. 2:14: “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is”. Een discipel van Jezus hoort echter rekening te houden met de dingen die boven zijn, waar Christus is, en hoort zich met zijn geest te richten op Gods woorden. Met als resultaat: een evenwichtig karakter dat zich door de omgang met Gods Geest steeds verder ontwikkelt, waardoor het geloof van zijn geest hem behoedt voor alle struikelblokken die door de satan op zijn levensweg gegooid worden.
Het voorgaande wordt zeer kernachtig weergegeven in 1 Cor. 15:45-47: “Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest. Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den hemel” (Statenvertaling). De natuurlijke mens Adam leefde in de natuurlijke wereld en zijn ziel zag vóór de zondeval alleen maar een mooie wereld want zijn lichamelijke zintuigen vertelden hem alleen maar mooie dingen en er was dus niets dat hem uit zijn evenwicht bracht. De tweede Adam, Jezus Christus, had daarentegen een onvergelijkbaar andere taak te vervullen. Hij stond in Zijn leven tegenover de legermacht van de satan en als de man van smarten had zijn ziel in de natuurlijke wereld maar weinig waar Hij Zich aan kon optrekken. Doordat Zijn geest de leiding bleef houden en Hij door Zijn gehoorzaamheid aan de Vader Zijn geloof in de goede afloop niet verloor overwon Hij de helse tegenstand van de legers van de satan. Jezus' geest bleef aan de leiding en daarmee gaf Hij een voorbeeld aan al Zijn (toekomstige) discipelen en werd Hij voor ons de oorzaak van eeuwig heil. Dat lezen we in Hebreeën 5:9: “en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden”. Omdat Hij door Zijn lijden en overwinnen voor ons de weg vanuit de dood tot het eeuwige leven heeft geopend is Jezus een levendmakende geest, wat ook nog eens in Col. 3:4 wordt bevestigd: “Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid”. Hij heeft ons uit de (geestelijke) dood doen opstaan en ons eeuwig leven gegeven. Tot zover deze toelichting over het verschil tussen de geest en de ziel.

 

Al wat Hij hoort...

In Joh. 16:13 vinden wij: “want Hij zal niet uit Zichzelf spreken maar al wat Hij hoort zal Hij spreken”. Zoals wij ons lichaam gebruiken om onze gedachten kenbaar te maken aan anderen zo geeft de Heilige Geest de gedachten van Jezus aan ons door en heeft Hij er zelf niets aan toe te voegen. Hij is niet de bron maar de doorgever van deze gedachten. Gedachten die oorspronkelijk van de Vader komen. De bron van alles is en blijft dus God de Vader zodat Jezus in Matth. 24:36 tegenover Zijn discipelen moest bekennen: “Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, maar de Vader alleen”. In het Oude Testament was Jezus als Jahweh al de woordvoerder van de Vader en om die reden wordt Hij door de apostel Johannes in Joh. 1:1-18 genoemd als het Woord Gods dat bij God was en in de wereld kwam. (“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”.)
Na Zijn komst in de wereld bad Hij in Johannes 17:8 tot de Vader: “want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt”. En in Johannes 12:49 brengt Hij het als volgt onder woorden: “Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet”.
Ook na Jezus' terugkeer naar de Vader is deze situatie onveranderd gebleven zoals blijkt uit Openbaring 1:1 waar we lezen: “Openbaring van Jezus Christus, welke God (de Vader) Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan Zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven”. God de vader is Diegene die spreekt en Jezus is Degene die er naar hoort en vervolgens (als het “Woord Gods”) die woorden doorgeeft. Als de Heilige Geest (de Geest van Jezus) dus zal spreken “al wat Hij hoort” (Joh. 16:13) is dat hetgeen Hij van de Vader heeft gehoord. Daarom vervolgt Jezus met deze woorden in Joh. 16 vers 14-15: “Hij (de Heilige Geest) zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen”. De Heilige Geest neemt dus uit het evangelie wat Jezus heeft gehoord en ontvangen van de Vader en wat Jezus op Zijn beurt weer aan Zijn discipelen doorgaf.
We moeten hierbij ook bedenken dat als Jezus zei in Matth. 28:18: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde,” het ondenkbaar is dat Jezus geen enkele bemoeienis zou hebben met de gang van zaken op deze wereld. Dat kwam ene Saulus te weten toen hij op zijn rooftocht naar Damascus werd onderschept en op zijn vraag: “Wie zijt Gij Here?” te horen kreeg: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt” (Hand. 9:5). Als Heilige Geest kan Jezus iedere verschijningsvorm aannemen die Hij wil en in dit geval was dat het felle licht dat voor de ogen van de zondaar Saulus te veel van het goede bleek te zijn, met als gevolg zijn (tijdelijke) blindheid.

 

De Geest in het Nieuwe Testament.

Als we de bijbel bestuderen blijkt dat de Heilige Geest nooit met een naam wordt genoemd. In het Oude Testament heeft de God van de Israëlieten verschillende namen waaronder: Jahweh en El Shaddai en diverse andere. Jezus heeft behalve Zijn “aardse” naam ook nog de naam: Immanuël, wat betekent: God met ons. Maar waar sprake is van de Heilige Geest wordt Hij nooit met een naam aangeduid. Als Jezus de Heilige Geest aankondigt noemt Hij Hem de Trooster (Joh. 14:15-17). Dit geeft dus Zijn taak aan. Ook het “Geest der waarheid” in Joh. 14:17 geeft aan wat Zijn taak is: het onderwijzen in de waarheid. In Joël 2:23 wordt Hij de leraar ter gerechtigheid genoemd. Ook dit duidt Zijn functie aan. Als de bijbel dus spreekt over Gods Geest dan gaat het over God (zowel de Vader als de Zoon) die Geest is en dat duidt op de Vader en de Zoon in hun verschijningsvorm als Heilige Geest.

Als Jezus zegt in Joh. 10:30: “Ik en de Vader zijn één (van zin en één van streven)” wijst Hij op hun eensgezindheid. Telkens als Jezus spreekt over Zijn innige relatie met God spreekt Hij slechts over de Vader en Hemzelf. Een eventuele derde persoon in die nauwe relatie wordt nergens in de bijbel door Jezus genoemd. Als er inderdaad een derde persoon bij deze “drie-eenheid” betrokken zou zijn geweest, zou Jezus daar ongetwijfeld over gesproken hebben en zou Hij de Heilige Geest als de derde persoon bij deze nauwe relatie hebben betrokken. Wanneer Jezus wel met Zijn discipelen spreekt over de Heilige Geest, terwijl Hij deze als de beloofde Trooster aankondigt, is het onderwerp van gesprek daarentegen: de plaatsvervangende taak van de Trooster en niet Zijn “lidmaatschap” van een drie-eenheid.

Uit reacties is me gebleken dat men uit de manier waarop Jezus spreekt over de Heilige Geest meent te kunnen afleiden dat Jezus wel degelijk over een andere persoon spreekt. Maar er wordt, zo is mijn algemene indruk, nogal eens vergeten dat Jezus de status die Hij voorheen had bij Zijn menswording heeft afgelegd. Hij was dus echt mens en als mens sprak Hij over de Heilige Geest. Waarmee ik wil aanduiden dat de mens Jezus sprak over de God Jezus. Dezelfde God die de Joden in het Oude Testament kenden als Jahweh. Hij liet Zijn discipelen meermalen blijken dat Hij, na Zijn taak op aarde te hebben volbracht, terug zou keren naar Zijn Vader en daardoor Zijn menszijn weer zou afleggen. Het gaat dus om het grote verschil tussen Jezus als mens en Zijn status als onze Schepper(!). Als de mens Jezus dus sprak over de Heilige Geest sprak Hij over de Geest van Zijn Vader én over Zichzelf, en wel over Zichzelf in Zijn verworven positie na het afleggen van Zijn (tijdelijke) menselijke status. Dat zag de profeet Daniël al in een gezicht en wel in hoofdstuk 7:13-14: “Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; En hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is.”
Ook wordt er op sommige plaatsen in het Nieuwe Testament de indruk gewekt dat de Heilige Geest, omdat Hij Jezus leidde, naast de Vader een zelfstandig handelend persoon is maar feitelijk was er sprake van een nauwe samenwerking en eensgezindheid tussen de Zoon en de Vader. In Johannes 5:19 zegt Jezus zelfs: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo”. Dat laat Hij in andere woorden nog eens blijken in Johannes 8:42: “Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden”. Toen Jezus door de Geest naar de woestijn werd geleid om verzocht te worden (Matth. 4:1) was het daarom de Geest van Zijn Vader die Hem daarheen leidde. En met de Geest van de Vader wordt de Vader zelf bedoeld, geen eventuele toegevoegde “plaatsvervanger” zoals de leer van de drie-eenheid feitelijk leert. Jezus richtte in de hof van Gethsémane Zijn gebeden en smeekbeden dan ook rechtstreeks tot de Vader, er was geen sprake van de tussenkomst van een derde persoon.

 

De zonde tegen de Heilige Geest.

Jezus' woorden in Matthéüs 12:31-32 worden door menigeen aangegrepen om te kunnen verkondigen dat het zondigen tegen de Heilige Geest aanduidt dat Jezus onderscheid maakte tussen Hemzelf, de Vader en de Heilige Geest. Hij zegt daar namelijk: “Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende”. Los van het gegeven dat deze uitspraak te pas en te onpas is misbruikt om hel en verdoemenis uit te spreken over andersdenkenden meent men hieruit ook op te kunnen maken dat die Heilige Geest kennelijk een speciale positie inneemt in de “drie-eenheid”. Een positie waar niet mee valt te spotten. Wat Jezus echter bedoelde te zeggen is dat ieder mens die aan Gods reddingsplan geen boodschap heeft en Jezus Christus niet als Messias aanvaardt (“wie de Zoon niet heeft, heeft het leven niet”) zich daarmee verzet tegen het werk van de Heilige Geest. In Johannes 16:8 zegt Jezus namelijk over de Heilige Geest: “En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel”. Jezus kon als mens niet het hart van de zondaar overtuigen. Als Heilige Geest kan Hij echter rechstreeks contact maken met onze geest en kan Hij wel overtuigen. Wie daar toch nog geen boodschap aan heeft en zich niet wil laten overtuigen heeft daardoor zichzelf veroordeeld tot de eeuwige dood en heeft zich schuldig gemaakt aan de zonde tegen de Heilige Geest. Het is niet zo dat het lasteren van de Heilige Geest slechts bestaat uit wat kwaaie woorden of een verdwaalde scheldpartij, bijvoorbeeld tijdens een depressieve periode waarin er van alles uit wordt gegooid en waarvan we later weer berouw krijgen. Zonde tegen de Heilige Geest is een blijvend verzet tegen het werk van de Heilige Geest. Een verzet waar nooit berouw op zal volgen en dát maakt vergeving ontvangen absoluut onmogelijk!

Nog weer anders gezegd: we moeten bedenken dat Jezus hierover sprak toen Hij nog mens was en als mens maakte Jezus aan de mensen het evangelie bekend, terwijl het de taak van Gods Geest was om hen te overtuigen van hun zonden. Verzet tegen de mens Jezus en tegen Zijn boodschap, vanwege bijvoorbeeld onbegrip, stond daarom niet gelijk aan het verzet tegen de overtuigende taak van Gods Geest omdat die laatste het hart van de mens kon bereiken. Voor de zondaar die zich ook daardoor niet wil laten overtuigen bestaat er dan ook geen verontschuldiging en is er geen hoop meer.
Echter: het onderscheid tussen de mens Jezus Christus (de Zoon) en de Heilige Geest, over Wie Jezus sprak tegenover de Joden, is er niet meer omdat Jezus Zijn menselijke gestalte heeft afgelegd en nu tot ons komt als de Heilige Geest. Zij die zich nu hebben laten overtuigen door de Heilige Geest en het evangelie hebben aanvaard doen dat dus niet omdat zij de mens Jezus met eigen ogen hebben gezien maar omdat zij zich hebben laten overtuigen door Gods Geest. Dit is precies waarop Jezus doelde nadat Hij door de discipel Thomas was herkend in Joh. 20:29: “Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven”. Wie daarentegen de Zoon afwijst en blijft afwijzen heeft zich daarmee verzet tegen Zijn Heilige Geest en is schuldig aan de zonde tegen de Heilige Geest. Een sprekend voorbeeld daarvan komen we tegen in Handelingen 7:51 waar Stefanus de hardnekkige Joden onder handen neemt met de woorden: “Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij”.

De uitspraak van Jezus uit Joh. 14:23, waar Hij spreekt over de Vader en over Zichzelf, wordt bevestigd als we een aantal teksten uit het Nieuwe Testament met elkaar vergelijken. In de eerste vier teksten in de onderstaande opsomming voorspelt Jezus de verdrukkingen die Zijn volgelingen zullen overkomen als gevolg van hun geloof in Jezus. Hij belooft Zijn discipelen dat ze zich echter niet bezorgd moeten maken over de woorden die zij tot verdediging zullen spreken omdat deze woorden hen op dat ogenblik ingegeven zullen worden. Maar als Degene die hen deze woorden ingeeft wordt niet telkens dezelfde persoon genoemd. Voor alle duidelijkheid volgen hier de betreffende tekstgedeelten:

 

In deze opsomming is 1 Petrus 1:11 een tekst die nog iets meer licht werpt op de vraag wie Jezus werkelijk is. Petrus schrijft daar namelijk: “Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna”. Met deze Geest van Christus werd door Petrus de Geest van God aangeduid en, om in de taal van het Oude Testament te blijven, de Geest van Jahweh.

Tijdens de jaren dat de discipelen met Jezus optrokken en Hem dagelijks hoorden spreken over de dingen van Zijn Koninkrijk zal de Heilige Geest ongetwijfeld meer dan eens ter sprake zijn gekomen. Als we bedenken dat de evangeliën verscheidene jaren na Jezus' hemelvaart zijn geschreven en dus geen letterlijk verslag zijn, is het niet onwaarschijnlijk dat de schrijvers van de evangeliën in de genoemde tekstgedeelten verschillende benamingen hebben gebruikt omdat ze er van op de hoogte waren dat Jezus met de Heilige Geest zowel Zichzelf als de Vader bedoelde (zie Joh. 14:23).

Ook Paulus heeft ons over dit onderwerp een paar uitspraken nagelaten in Rom. 8:9 en Gal. 4:6. In Rom. 8:9 zien we staan: “Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe”. Waarmee hij wilde zeggen dat zo iemand zonder de Heilige Geest geen inzicht kan hebben in het wezen van het evangelie van Christus. Dit is echt alleen en uitsluitend mogelijk door de inwoning van de Heilige Geest. We zien hier dat Paulus in één adem de Geest Gods en de Geest van Christus noemt. In beide gevallen heeft hij het over de Heilige Geest. En in Galaten 4:6 lezen wij: “En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader”.

Er kan nog aan toegevoegd worden dat ook in onze tijd kinderen Gods aanwijzingen ontvangen over de aard van de Heilige Geest. Hierbij denk ik aan de bijzonder indringende getuigenis van Bill Wiese, over de gruwelijkheid van het lot van hen die verloren gaan. Op een nacht, in 1998, werd hij tijdens zijn slaap opeens uit zijn lichaam gehaald en was gedurende 23 minuten (volgens de aardse tijdmeting) in de hel. Waarna hij een ontmoeting had met Jezus, die hem de opdracht gaf om de mensen te vertellen wat de ongelovigen, die het evangelie zeer bewust afwijzen, te wachten staat. Terwijl hij zich vertwijfeld afvroeg of de mensen zijn getuigenis wel zouden willen geloven gaf Jezus hem als antwoord: “Het is niet jouw taak om hun hart te overtuigen, dat is de taak van de Heilige Geest. Het is jouw taak om hen hierover te vertellen en Ik overtuig hun hart”. In een zin sprak Jezus over de Heilige Geest terwijl Hij overduidelijk sprak over Zichzelf. Dat sluit helemaal aan op wat Jezus aan Zijn discipelen vertelde over de Heilige Geest in Johannes 14 en 16. En daarom kan zondermeer gesteld worden dat het complete dogma van de drie-eenheid geen deel is van het evangelie. Dat is nergens in de bijbel uit Jezus' woorden af te leiden. Hij heeft ons ook niet opgedragen om de Heilige Geest te vereren. De enigen over wie Hij wel sprak zijn God de Vader en Zichzelf.

Samenvattend kunnen we stellen dat alle aandacht die er wordt gevestigd op de drie-eenheid niet overeenkomt met wat Jezus zelf leerde en daarom is dit eens te meer een reden om het hele drie-eenheiddogma af te wijzen. Het leidt de aandacht af van het evangelie van Jezus, van de positie die Jezus van de Vader heeft ontvangen en van het feit dat God Hem ook uitermate heeft verhoogd en Hem de naam boven alle naam heeft geschonken (Filippenzen 2:9). Uiteindelijk is de Heilige Geest de Geest van Jezus en de Geest van de Vader.

 

Matthéüs 28:19.

Een voorbeeld van een tekstgedeelte waar al heel wat over te doen is geweest vinden we in Matth. 28:19. Het betreft hier de veel gebruikte “trinitarische” doopformule. Er is aangetoond dat er met de tekst van dit vers is geknoeid en dat de “doopformule” achteraf is toegevoegd. Het betreft de zinsnede: “en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes”. Het probleem waar men mee te maken krijgt zodra men zich waagt aan het wijzigen van tekstgedeelten is dat er onopgemerkt conflicten kunnen ontstaan met andere plaatsen in diezelfde tekst. Of elders in de bijbel. Er kunnen als gevolg van de aangebrachte wijziging(en) tegenstrijdigheden ontstaan.
We lezen hier de N.B.G. 1951 versie van Matth. 28:19: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”. De meest opvallende tegenstrijdigheid die we hier tegenkomen vinden we in vers 19 zelf.

Maar eerst de tegenstrijdigheid met vers 18. In dit voorgaande vers lezen we het volgende: “En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde”. Zoals in het voorgaande al is gesteld heeft Jezus van de Vader alle volmacht gekregen om het reddingsplan voor deze wereld uit te voeren. Dat is precies wat Hij met deze woorden wilde zeggen. Als gevolg daarvan is Jezus de hoogste autoriteit waar wij direct mee te maken hebben en aan wie wij verantwoording zijn verschuldigd voor al onze woorden en daden. Dit is dus wat Petrus beleed in Hand. 4:12 tegenover de vijanden van het evangelie van Jezus: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden”. En deze naam is Jezus Christus. Dat is de Naam waar alles om draait.
Kijken we nu naar de inhoud van vers 19 zoals die in onze bijbel wordt weergegeven dan worden daar ineens twee namen aan toegevoegd. Terwijl Jezus in het begin van vers 19 aan Zijn apostelen de opdracht geeft om alle volken tot Zijn(!) discipelen te maken, krijgen de apostelen vervolgens de opdracht om in de Naam van de Vader én van de Zoon én van de Heilige Geest te handelen. Dit is een tegenstrijdigheid die nog eens wordt benadrukt door de uitspraak van Jezus in vers 18: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde”.
Zowel in vers 18 als in vers 19 wordt om die reden de “doopformule” in vers 19 ongeloofwaardig gemaakt. Het is uitgesloten dat Jezus aan Zijn discipelen zo'n tegenstrijdige en met zichzelf in conflict zijnde opdracht zou hebben gegeven.
Daar komt nog bij dat Matth. 28:19 de enige plaats in de bijbel is waar deze formule wordt genoemd. Op alle andere plaatsen waar sprake is van het handelen in naam van de hoogste autoriteit wordt de Naam van Jezus genoemd. Ook in de andere drie evangeliën wordt in de zendingsopdracht aan de apostelen van deze formule geen melding gemaakt.

Het is in dit verband zinvol om de al aangehaalde uitspraak van Petrus in Hand. 4:12 nog eens onder de aandacht te brengen. Kort daarvoor hadden de apostelen de Heilige Geest ontvangen en wat Petrus beleed in deze uitspraak zei hij daarom gedreven door de Heilige Geest. Hier gebeurde precies wat Jezus over de Heilige Geest had voorzegd in Joh. 16:14: “Hij zal Mij verheerlijken want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen”. Gedreven door die Heilige Geest beleed Petrus daarom dat er buiten Jezus Christus geen andere naam was aan wie wij ons behoud hebben te danken. De Heilige Geest liet Petrus bekend maken dat alleen Jezus Christus die Naam draagt, dus niet de Heilige Geest, niet God de Vader en al helemaal geen “goddelijke drie-eenheid”. Met deze uitspraak verheerlijkte de Heilige Geest Jezus Christus. Een schril contrast hiermee vormt de rammelende “doopformule” in Matth. 28:19.
De echte doopformule zoals die door Petrus werd gebruikt vinden we in Hand. 2:38, dat was dus vrij kort nadat de apostelen van Jezus de zendingsopdracht hadden ontvangen. We lezen daar: “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”. Ook hier was Petrus vervuld van de Heilige Geest en ook hier liet de Heilige Geest Petrus zeggen met welke Naam wij werkelijk rekening hebben te houden!!

De bewijzen.

Kijken we nu naar de bewijzen voor het toevoegen van de “doopformule” in vers 19 dan wordt duidelijk dat in de eerste periode na Jezus' zendingsopdracht waarin de boeken (het waren eigenlijk brieven!) van het Nieuwe Testament werden geschreven de tekst van Matth. 28:19 in de toen in omloop zijnde kopieën van het boek Matthéüs zonder de “doopformule” voorkwam.
In de geschriften van de kerkhistoricus Eusebius (260-340), die behoorlijk wat schrijfwerk op zijn naam heeft staan, waaronder dat betreffende de kerkgeschiedenis van de eerste eeuwen, komen diverse citaten voor uit de toenmalig bekende geschriften zoals die van Flavius Josephus, de Joodse geschiedschrijver. Ook uit de brieven van de apostelen en uit de evangeliën haalt hij diverse tekstgedeelten aan.

Dankzij het schrijfwerk van deze Eusebius is gebleken dat:

Opgemerkt moet worden dat bij het bestuderen van de studies die over dit onderwerp zijn gemaakt er enige kleine afwijkingen van de hier genoemde aantallen opduiken maar die doen niets af aan het overtuigende bewijs dat we hier wel degelijk te maken hebben met schriftvervalsing door het aanpassen van de oorspronkelijke tekst aan de “kerkelijke leer”.

Dan is er nog iets: de opeenvolgende bijbelvervalsers blijken nog meer op hun geweten te hebben want in zijn oorspronkelijke vorm luidde Matth. 28:19 namelijk: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken in Mijn Naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” En wees nu eens eerlijk: de diverse vervalste, aangepaste versies van deze tekst lijken toch echt opvallend weinig op Jezus' oorspronkelijke uitspraak!

 

Wat ik met het voorgaande duidelijk wil maken.

Door de aangehaalde praktijken van een menigte evangelisten en/of “wonderdoeners” vindt sinds Jezus' hemelvaart plaats waar de satan zich dag en nacht mee bezighoudt: het onderuit halen en naar de achtergrond schuiven van Jezus Christus. Door alle (met veel tamtam) opgepepte aandacht voor “een Heilige Geest” wordt systematisch het accent verschoven van die ene Naam door wie wij behouden kunnen worden naar “een Heilige Geest”. Want: het resultaat van deze misleiding is dat deze zogenaamde “Heilige Geest” wordt aanbeden en aangeroepen. Terwijl het hier gaat om een geest die, o schrik, uiteindelijk helemaal niet de Heilige Geest zal blijken te zijn maar een imitatie daarvan. Keren we terug naar het onderwerp van deze pagina dan moeten we vaststellen dat de satan ook door middel van het dogma “drie-eenheid” de aandacht van de christenheid heeft afgeleid van onze Verlosser, Jezus Christus, om die aandacht vervolgens te richten op een schemerige en ongrijpbare driedelige god. De volgende stap in dit verraderlijke proces wordt in deze eindtijd uitgevoerd: door het vasthouden aan deze leugenleer hebben massa's kinderen Gods niet door dat meer en meer het accent wordt verschoven naar een “heilige geest” met al zijn “gaven van de geest”. Deze geest zal uiteindelijk, ik benadruk het nog maar even, laten blijken helemaal geen heilige geest te zijn maar wel.... de geest van de antichrist!

 

Conclusie:
Als afronding herhaal ik hier nog maar eens wat ik aan het begin van deze pagina heb geschreven: het werkelijke doel van het drie-eenheiddogma, zoals dat het christendom is binnengesmokkeld, is de aandacht af te leiden van die ene Naam door wie wij behouden kunnen worden, Jezus Christus. Door die Naam te vervangen door een “goddelijke drie-eenheid” die aanbeden behoort te worden, is het hart uit evangelie van Jezus weggesneden. En dáár gaat mijn uitleg dus in werkelijkheid over!

Het zou dus een goede zaak zijn als kinderen Gods zich weer in de eerste plaats wenden tot Diegene die alle macht in hemel en op aarde heeft ontvangen in plaats van zich schuldig te maken aan wat de drie-eenheidleer eigenlijk beoogt te bereiken. En dat is: onze aandacht af te leiden van Jezus Christus, om daarvoor in de plaats de verering van de Heilige Geest te promoten zoals we dat terugvinden in de geloofsbelijdenis van Nicea: “die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt”. Nergens(!) in de bijbel wordt ons dit opgedragen en om die reden zullen we deze dwaling moeten verwerpen.

Het vereren van en de aandacht voor de “uitingen van de Heilige Geest” hebben in evangelische en charismatische kringen zo'n vlucht genomen dat velen er, mede door hun ondermaatse bijbelkennis, geen weet van hebben dat ze door al deze afleidingstactieken onder de invloed zijn gekomen van de geest van de antichrist. En dat zal precies zijn uiteindelijke bedoeling zijn geweest toen deze leugengeest het principe van de heidense drie-eenheid het christendom liet binnenglippen!

Laat uitsluitend datgene onze belijdenis zijn en blijven wat ook Petrus in Hand. 4:12 beleed tegenover de vijanden van het evangelie van Jezus: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden”. En deze naam is Jezus Christus.

Voor een nog beter inzicht in het onderwerp van deze pagina en als nuttige aanvulling op het bovenstaande raad ik je aan om Het raadsel van Jahweh ook te lezen. Het zou een hoop vragen kunnen beantwoorden die je mogelijk nu nog bezighouden na deze pagina gelezen te hebben, en dan met name de vraag: “Wie is Jezus?”

Spreuk:
Het grote probleem van het Protestantisme is dat de navelstreng met Rome nooit is doorgeknipt.


 
 
 

P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina. Of wellicht blijf je liever de digitale weg bewandelen maar dan wel in een andere taal. In dat geval kun je (een deel van) deze pagina laten vertalen op https://translate.google.com waar je de gewenste taal kunt uitkiezen. Echter: controleer wel het resultaat want de techniek van het online vertalen is ondertussen weliswaar sterk verbeterd maar nog zeker niet volmaakt.

Bronvermelding